Bron van inspiratie – spiegel van reflectie
Het Zwanenmeer. Het is een nooit opdrogende bron van inspiratie voor balletliefhebbers, balletleiders en choreografen. Maar waardoor laten zij zich inspireren? Door de muziek van Tsjaikovski of door het romantische verhaal over Siegfried en zijn geliefde zwaan? Hoewel het libretto van Het Zwanenmeer wordt toegeschreven aan Vladimir Begichev and Vasiliy Geltser, zijn er ook andere bronnen waarop dit verhaal zou kunnen zijn gebaseerd. Meisjes die in zwanen veranderen en meren gevuld met tranen zijn herkenbare elementen die in veel oude volksverhalen voorkomen. Begichev en Geltser kenden ongetwijfeld het Germaanse sprookje De gestolen sluier, waarin de bruid op haar bruiloftsdag in een zwaan verandert als ze
haar sluier om haar schouders slaat. Of het Keltische verhaal over de dochters van King Lir, die door hun jaloerse stiefmoeder in zwanen werden veranderd. Of misschien een van de sprookjes uit Duizend-en-een-nacht waarin Hassan de kleren van een vogelmeisje steelt om haar als vrouw te laten voortleven. In al deze verhalen is de zwaan het symbool van eeuwige trouw, van zuiverheid en onsterfelijkheid. De meren zijn poelen van tranen. Ze zijn een spiegel voor diegene die erin kijkt.
Opvallend is dat in alle versies die in de loop van de jaren zijn uitgevoerd, vele variaties op de slotakte zijn ontstaan, van positief-romantisch tot tragisch-romantisch. Deze variaties onstonden omdat een sprookje in die tijd toch per definitie een gelukkig einde moest hebben. Het publiek zou schrikken van de onomkeerbare dood aan het slot van het verhaal. In latere variaties kiezen Siegfried en Odette voor een gezamenlijke zelfmoord in het meer. Ook bestaan er tragische slotscènes waarin de prins alleen overblijft, in diepe droefenis verzonken nadat Odette weer voor eeuwig een zwaan is geworden.
Het Nationale Ballet heeft in de afgelopen decennia Het Zwanenmeer verschillende keren opgevoerd. Het verscheen in 1973 voor het eerst op het repertoire, daarna volgden nieuwe versies en heropvoeringen, doorgaans gebaseerd op de choreografieën van Marius Petipa en Lev Ivanov. Het meest bekend is de versie van choreograaf Rudi van Dantzig, uit 1988. Hij liet zich hoofdzakelijk inspireren door de muziek van Tsjaikovski en door diens brieven en dagboeken. Van Dantzigs Zwanenmeer werd door Het Nationale Ballet voor het laatst gedanst in 2006.