Ontmoeting tussen twee werelden

‘Goed dat we ook eens te maken hebben met de rest van de wereld’, laat een van de dansers tijdens de companymeeting van Het Nationale Ballet vallen over Zwanenmeer Bijlmermeer II. Ted Brandsen knikt instemmend. Zijn voorstel voor dit project komt dan ook niet uit de lucht vallen. Als artistiek leider van
het West-Australian Ballet in Perth (Australië) deed Brandsen ervaring op met jongeren. ‘We adopteerden regelmatig middelbare scholen voor een half jaar. Scholen met veel sociale problemen, uit achterstandswijken. Die kinderen deden van alles, maakten zelf voorstellingen. Dat gaf ze een ontzettende boost van zelfvertrouwen en zelfwaarde.’ Nita Liem vult aan: ‘Dansen om je met elkaar te verbinden, om je bestaan te vieren. Dat is voor mij een wezenlijke kracht van dans.’

Twee danstalen op toneel
De ontmoeting tussen verschillende werelden is een thema dat telkens opduikt in het werk van Liem. De in Indonesië, uit Chinese ouders geboren theatermaker, kent de innerlijke noodzaak die migrantenkinderen voelen om deelgenoot uit te maken van de Amsterdamse samenleving: ‘Meestal neem ik hedendaagse
stadsverhalen als basis. Het Zwanenmeer blijkt thematische verbanden te hebben met die actuele stadsverhalen. In beide gevallen gaat het om contrasten, zowel poëtische als maatschappelijke.’
Voor Liem is deze voorstelling een onderzoek naar verschillen en barrières tussen mensen, maar is het ook een gedanste ontmoeting. Ze vindt het mooi dat ervaren dansers naast dansers staan die nooit balletles hebben gehad. Liem: ‘Je ziet tien bijzondere individuen. Voor beide type dansers geldt dat ze ontzettend
creatief te werk moeten gaan om zich tot die andere danstaal te verhouden.’

Ontdekking en erkenning
Brandsen en Liem vinden de experimentele ontmoeting van Zwanenmeer Bijlmermeer II broodnodig. Liem wil voorbij de hype van “ballet meets hiphop”. Ze werkt al twintig jaar vanuit de principes van de Afro-Amerikaanse dans, van kabula en hiphop tot tango en salsa. Ze vindt dat de zwarte danspraktijk
in Nederland een waardige plek verdient en dat diens beoefenaars zich thuis moeten voelen in de samenleving waarin zij opgroeien. Brandsen wil dat klassiek ballet erkenning krijgt, juist ook bij een nieuw, jong publiek. Maar hij hoopt ook dat alle deelnemers aan deze voorstelling – zowel de dansers als de scholieren die meewerken aan de dansvideoprojecten ‘een wereld ontdekken die ze anders niet zouden leren kennen. Dat ze het gevoel krijgen dat dit heel specifieke deel van de wereld – de dans – er ook voor hen is,
zoals de hele wereld er is om te betreden en te ontdekken.’

Leave a Reply