Statements

Ted Brandsen, artistiek leider Het Nationale Ballet:
‘Ik vind het van belang dat we als balletgezelschap uit de spreekwoordelijke ivoren toren komen. Dat isolement is een onvermijdelijk effect van de aard van deze kunstvorm, net als bij topsport, maar tegelijk is het riskant: je sluit je af voor de mensen voor wie je uiteindelijk toch die kunst maakt.’
‘Ik zou het mooi vinden als deze voorstelling een paar nieuwe invalshoeken op Het Zwanenmeer oplevert. En ik hoop natuurlijk dat het een goede, spannende voorstelling wordt, vol bevlogenheid. Met als effect dat het een brug bouwt tussen waar de beide meren voor staan. Een brug die langer zal duren dan alleen dit project.’

Nita Liem, regie en artistieke staf Don’t Hit Mama:
‘Iedereen kent de Bijlmer vanwege de drugs, de sociale tegenstellingen, het onvermogen van mensen om uit hun isolement te komen, de illegaliteit. Dat zegt ook iets over onze samenleving, net zoals Het Zwanenmeer dat op een mythische manier doet in de scènes over boeren en adel, over de diepe duisternis rondom het
meer en de illusie van fonkelende witte zwanen. Na mijn dansopleiding raakte ik in de jaren tachtig geïnspireerd door dansende jongeren uit de hiphopscene in de Bijlmer. Zij dansten buiten fancy studio’s, uit pure drang om te bewegen; rauw en ongepolijst. Heel anders dan de hiphop die je in videoclips ziet. Dat is een platte vorm ervan waaruit alle persoonlijkheid en nuances zijn verdwenen.’
‘Het zou mooi zijn als de voorstelling voor een kruisbestuiving zorgt. Op een van de repetitiedagen zijn we met alle dansers naar Amsterdam-Zuidoost gegaan, om er de atmosfeer, het eten en de muziek te proeven. Het werkt naar beide kanten, ook de
Bijlmerbewoners in deze crew bekijken hun eigen plek anders als ze er met gasten van buiten rondlopen.’

Lin van Ellinckhuijsen, beleidsmedewerker Educatie Het Muziektheater:
‘Nita Liem neemt een spannend risico door te werken met filmbeelden van verschillende groepen scholieren die veelal voor het eerst kennismaken met ballet en klassieke muziek. Ook voor de dansers op het toneel is deze bijzondere samenwerking een uitdaging.’
‘Het streven van educatie wordt dikwijls verwoord in “proberen het publiek optimaal te laten genieten…” Behalve genieten is aan dit scholenproject een ander belang toegevoegd, namelijk de totstandkoming van een productie. Het werken met de scholieren wordt met dezelfde intentie en precisie uitgevoerd als het repeteren van de professionele dansers. Volgens mij voelen en begrijpen scholieren dat belang. Die spanning geeft een extra kwaliteit aan dit project.’

Noa Cohen, danser Het Nationale Ballet:
‘Hiphop zie je overal, op tv, op straat. Je kunt het makkelijker opzoeken, want je gaat als jongere op vrijdagavond eerder naar de disco dan naar een balletvoorstelling. Maar die bewegingen zijn ontzettend moeilijk.’

Rubinald Pronk, danser Het Nationale Ballet
‘Toen ik in 2006 meedeed aan de eerste Zwanenmeer Bijlmermeer was dat een compleet nieuwe ervaring. De verschillen tussen de balletdansers en de jongeren waren groot. Nu ben ik meer op zoek naar overeenkomsten. Ik heb altijd geprobeerd om elementen van allerlei soorten dans in mijn werk te integreren. Daar biedt dit project alle kans toe.’

Remy Tilburg, danser Don’t Hit Mama:
‘Ik heb vroeger wel Het Zwanenmeer en De Notenkraker gezien en ik vind die prinsessen en zwanen fascinerend. Ze lijken op je neer te kijken en dat bedoel ik niet negatief.’
‘Balletbewegingen zijn vaak omhoog gericht terwijl wij meer naar beneden werken. Als je ontdekt hoe moeilijk andere dansvormen zijn, krijg je er respect voor. Door samen te dansen leer je elkaars stijl kennen en kun je aan elkaars identiteit ruiken. Je gaat letterlijk een andere wereld binnen.’

Shailesh Bahoran, danser Don’t Hit Mama:
‘Ik ben benieuwd wat ik van die klassieke dansers kan overnemen, wat ik van ze kan leren. Maar ook andersom: als ze dan zoveel techniek hebben, laat maar zien hoe ze mijn dansvormen over kunnen nemen’

Daniel Renner, trainer en choreograaf bij Zwanenmeer Bijlmermeer II:
‘Hiphoppers zijn goed in freestylen, improviseren, ze zijn krachtig en goed in isolaties van bewegingen. Ze zijn allemaal bezig met hun eigen stijl. Iedereen ontwikkelt aan de hand van zijn eigen route een unieke taal.’

Florence Rapati, mee op tournee met het educatieve team:
‘Net afgestudeerd aan de Nationale Ballet Academie in Amsterdam reis ik voor het project Zwanenmeer Bijlmermeer II naar middelbare scholen (ROC’s) in het hele land. Ik dans voor de leerlingen een fragment uit Het Zwanenmeer en praat met ze over ballet. De eerste keer ging ik naar een school in Gouda. Ik keek wel even op, want heb zelf niet op een ‘gewone’ middelbare school gezeten. In mijn klas op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag (een klassieke balletopleiding) zaten hooguit vijftien leerlingen!’
‘Het is erg leuk om voor de scholieren te dansen. Ik was bang dat ze hard zouden gaan lachen na het zien van een meisje in een tutu, dansend op spitzen, maar de reacties zijn vooral positief. Normaal gesproken kun je op een podium de gezichten in de zaal niet zien, maar op de scholen zitten de leerlingen zo dichtbij dat ik oogcontact kan maken.’

Leerlingen van het Hermann Wesselink College (Amstelveen)
Eternesh:
‘Toen ik op school hoorde dat onze klas ging meedoen aan een dansproject vond ik dat meteen heel gaaf! Eigenlijk heb ik zelf niet zoveel met ballet, dat is voor mij te rustig. Ik houd meer van hiphop, dat vind ik mijn hele leven al leuk. Je kunt het ook makkelijker en sneller leren dan ballet. We hebben een filmpje gemaakt waarbij we bewegingen moesten maken op de muziek van Het Zwanenmeer. Als de muziek sneller ging, moesten wij ook sneller dansen. We hebben ook samen met een ballerina gedanst. Zij deed eerst een beweging en daarna dansten wij een hiphopbeweging terug. Ik denk dat we straks in de voorstelling een soort battle zullen zien tussen twee tegenovergestelde soorten dans.’

Ludo:
‘Er kwam een hiphop-dansdocent bij ons op school en een echte ballerina! Dat zij ballerina was zag je aan de manier waarop ze liep: op haar tenen, haar voeten naar buiten gedraaid, omdat ze altijd zo danst. Je zag het ook een beetje aan haar gezicht. Echte ballerina’s komen soms wat verlegen over, maar dat was zij niet.
Ze danste voor ons uit Het Zwanenmeer en dat vond ik heel cool om te zien. Alle bewegingen deed ze zo snel achterelkaar, vooral met haar voeten. Toen ik naar haar keek terwijl zij danste, geloofde ik bijna niet wat ik zag. Ik werd er heel rustig van en kreeg echt zin om dit zelf ook een keer te proberen.’

Leave a Reply